Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt op vrijdag 28 augustus.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

Header Gerrit Jansen

Gerrit Jansen

Het is een mooi tochtje vanaf de pont van Pannerden-Doornenburg over de Rijndijk naar Angeren. Smal, slingerend, eerst nog met uitzicht op het Pannerdens Kanaal, later nemen de uiterwaarden de blik geheel in beslag. In de oksel van de dijk richting Huissen ligt het paradijsje van Gerrit en Carla Jansen. Idyllisch is het woord dat opplopt bij de aanblik van bosjes, boerenzwaluwen, vijvertjes en bloeiende planten. 

Geen blad voor de mond
Wie is de bewoner van dit gekoesterde stukje Betuwe die velen kennen van zijn bijdragen in De Gelderlander. Al 30 jaar deelt hij wekelijks zijn liefde voor de natuur met de lezers. Verhalen waarin hij je meeneemt in zijn verwondering over en bewondering voor alles wat groeit en bloeit. Gerrit: “Ik probeer om mensen een ruimere blik op de natuur te geven. Alles wat leeft, hoe klein ook, verdient respect en heeft een functie in de kringloop, schadelijke dieren bestaan niet, nuttige evenmin. Schade en nut zijn mensentermen. Dat is mijn boodschap.” Zijn artikelen kruidt hij regelmatig met pittige uitspraken; glad geschoren gazons waarin grasplanten geen kans krijgen, vol getegelde tuinen, “geen merel zal er ooit nog een worm verschalken. En kunstgras? Een regelrechte aanslag op het milieu”. Aan ideeën ontbreekt het hem nooit, de onderwerpen liggen letterlijk voor het oprapen. 

Genetisch bepaald
Gerrit, Arnhemmer van geboorte, komt uit een gezin van 9. Als veel van zijn broers en zussen trad hij in de voetsporen van zijn vader, die hoofdonderwijzer was. Gerrit: “Was ik als kind lastig voor mijn vader, van twee doublures op de HBS wordt geen enkele ouder blij. Via de kweekschool en een studie biologie, kwam het allemaal op zijn pootjes terecht. Op de middelbare school waar ik les gaf had ik een collega die evenals ik gecharmeerd was van veldbiologie. Open-veldbiologie. In Engeland kregen we daar scholing in. Daar kenden ze allang de veldbiologische centra die door scholen met biologieleerlingen werden bezocht. Je ging met je leerlingen het veld in en zocht en formuleerde kleine onderzoeksvragen. Leerling en docent kenden vooraf het antwoord niet. Door je als docent kwetsbaar op te stellen -niet de betweter-, kreeg de leerling ruimte als ‘jonge onderzoeker’. En dat had een verfrissend effect op de relatie leraar-leerling. Er ontstaat als het ware een competitie tussen docent en leerling. Als dat zuiver gebeurt, is het een mooie manier van lesgeven en waardevol voor elk schoolniveau. Zelfstandigheid en scherp kijken, krijgen zo kans zich te ontwikkelen.”

Een leven na het onderwijs
Als bioloog was hij betrokken bij het radioprogramma ‘Wie weet waar Willem Wever woont’ en hij zat jarenlang in de redactie van het tv-programma ‘Ja Natuurlijk’. Daar heb ik Antoon van Hooff van Burgers’ Zoo goed leren kennen. We reisden samen naar Hilversum. Toen ‘Ja Natuurlijk’ stopte verzocht De Gelderlander mij om wekelijks een natuurpagina, destijds ‘Natuur Dichtbij’, te verzorgen.” Tekst, foto’s, lezersrubriekjes, de razend populaire natuurpuzzel en de kenmerkende illustraties van Willem Kolvoort jr. vullen nog altijd een dubbele pagina. Aan het uitgangspunt van de rubriek is nooit gesleuteld, natuur van alledag, actueel en herkenbaar. 

Op zijn 56ste stopte Gerrit met het reguliere onderwijs en ging met zijn vrouw Carla natuurworkshops aan huis en in het buitenland verzorgen. De reizen naar Frankrijk, Tsjechië, Zwitserland, Ierland en Noord Griekenland voorzagen in een behoefte en de animo was groot, vooral onder de lezers van zijn natuurpagina in de Gelderlander. 

Goed werk
De rubriek bedient een brede schare natuurliefhebbers, maar wat betekent natuur voor jouzelf? “Dat ik respect heb, fascinatie zou ik het zelfs wel willen noemen, voor alles wat leeft. Mijn betrokkenheid is intens en natuur breed, van het kleinste tot het grootste organisme. Als kind al werd ik geraakt door alles wat groeide en bloeide. Natuurlijk was het toen zoeken naar een vorm en ik startte met een volière; mijn vader bouwde het hok, maar voor parkieten liep ik niet echt warm. Wildzang, sijsjes en goudvinken, hield ik later, toen mocht dat nog! Hoe boeiend die vogels ook waren, diep in mij vond ik zo’n hok maar niets.” Zijn weerzin tegen het houden van dieren in hokken, gevangenschap, heeft zijn samenwerking met Antoon van Hooff en de familie (Burgers’ Zoo) nooit in de weg gestaan. “Dierentuinen van dit kaliber waren en zijn op geen enkele wijze vergelijkbaar met die in noem eens wat Syrië of dichter bij huis in sommige West-Europese landen. Dan spreken we van schrijnende situaties met dieren in erbarmelijke omstandigheden. Antoon was zeer vooruitstrevend met open verblijven, fokprogramma’s en ecosystemen. Denk maar aan de Bush, de Desert, de Mangrove en de Ocean. Antoons zoon Alex is een waardig en deskundig opvolger, zijn vaders erfenis is bij hem in goede handen.” 

Natuurwetten
Via een uitspraak van David Hancocks*: “Wij lijden aan een eigenaardige aandoening. Aan de ene kant willen we de natuur bijna aanbidden, aan de andere kant willen we haar domineren en overheersen” maken we de overstap naar de wijze waarop we tegenwoordig vaak naar dieren kijken en ermee omgaan. “Een dierenambulance die wordt opgetrommeld/moet uitrijden voor een gewond mereltje? Reclame voor een ooievaar met een gebroken poot? Belachelijk! Zowel het mereltje als de ooievaar zijn beter af met een spuitje; ze zullen nooit meer optimaal kunnen functioneren. In de natuur gaan zwakkere of geblesseerde dieren dood. Dat gebeurt niet voor niets: kneus maakt kneus, geeft grotere kneus. Daar is geen enkel levend wezen bij gebaat. Hard? Het is de realiteit en helaas zie ik om mij heen dat nogal wat mensen ver van die natuurwetten zijn afgedwaald. Mensen horen dit niet graag, het zij zo. Om de wetten van de natuur nog maar eens te duiden heb ik twee jaar geleden over de in onze tuin broedende ooievaars geschreven; ze hebben 4 van hun eigen jongen opgegeten. Afschuwelijk om te zien hoe die pootjes naar binnen gaan. Toch, door deze actie hebben de ouders de overgebleven jongen gered. Zo zit de natuur in elkaar, alles klopt. Net als bij ons.”

Doormodderen
Afgedwaald zijn van de natuurwetten gaat één op één op voor het huidige natuurbeleid. “Er zijn immense problemen als klimaatverandering, stikstofproblematiek, CO2 uitstoot die om een oplossing, in ieder geval om beleid schreeuwen. Helaas heeft onze politiek lak aan de natuur en bakt ze er niets van. Polderen, geen keuzes maken, dat is wat er gebeurt. We zijn de hele natuur aan het vernielen. Het is pappen en nat houden en trucjes verzinnen. Iets geven en tweemaal zoveel weghalen. Nooit eerder was stemmen op de juiste partij zó belangrijk. Als ik aan de boeren denk, ben ik niet meer optimistisch. Mijn eerdere mening van gematigd positief kantelt steeds meer naar negatief. Grosso modo, de goeden niet te na gesproken, is geldelijk gewin het enige dat telt. Het hele verdienmodel rond de agrarische sector moet op zijn kop. De boeren zorgen voor ons voedsel, zeker. Maar die opmerking snijdt nauwelijks nog hout als we 4/5 van de opbrengsten, zo’n 80%, exporteren. En nog altijd, nog altijd, worden, zeker in de Achterhoek, agrarische gebieden met roundup achtig spul dood gespoten. Oranje gekleurde percelen, dan weet je wel hoe laat het is.”

Geld regeert
Is het allemaal dan louter negatief? Er verschijnen steeds meer akkerranden vol kleurige voor insecten aantrekkelijke bloemen. Dat moet toch hoopvol stemmen. Gerrit: “Natuurlijk ziet dat er fantastisch uit en lijken dit soort initiatieven hoop voor een natuur bewustere toekomst te geven. Een compliment aan de boeren zou je zeggen. Het is tuinieren op de akker, niet meer dan dat. Boerenorganisaties kopen zaad in waar ze vooral zelf voordeel bij hebben. Mengsels met een groot aandeel groenbemesters, ook nog eens gesubsidieerd. Wat er mis is met die mengsels? Die kleurige randen bevatten helaas niet louter inheemse planten. De mooie blauwe tot de verbeelding sprekende phacelia (afkomstig uit Californië) is altijd van de partij. Erg? Ja! Niet inheemse planten hebben een negatieve uitwerking op de biodiversiteit, ze trekken vooral honingbijen aan en verdrijven zo de wilde bijen. Wil je echt voordeel uit die bloeiende akkerranden halen, zaai dan inheemse planten. Zorg daarnaast voor overjarige bloemen en let op de ecologische relatie. Nederland kent nauwelijks leveranciers van goede zaadmengsels. Cruythoek in Groningen is er een. Jeroen Helmer van Stichting Ark noemde deze bloeiende akkerranden ooit ecologische vallen die contraproductief werken, ik schaar me volledig achter zijn mening.” (De insteek is verwondering)”.

Niet wegkijken
Het behoeft geen betoog dat Gerrits pittige uitspraken hem niet altijd in dank worden afgenomen. Zo joeg hij door de jaren heen menig kattenliefhebber in de gordijnen door te stellen dat de huiskat niet in de vrije natuur hoort, maar binnen. “Katten zijn razend interessante dieren, maar houd ze ’s nachts binnen, laat ze chippen en steriliseren en voer als overheid kattenbelasting in. Hoe schattig ook, de kat is een grotere predator dan de vos. Buurkatten springen bij ons de jonge zwaluwen uit het nest. Normaal? Een advies aan kattenliefhebbers: kijk hoe de natuur werkt en neem je verantwoordelijkheid, want niet de kat is schuldig. Verzachtende omstandigheden zijn er zeker. Veel mensen zijn eenzaam en het plezier dat zij aan hun kat beleven is onbetaalbaar. Toch ontslaat het niemand van eigen verantwoordelijkheid, het zou zoveel slachtoffers schelen.”

Dichtbij huis
Heb je de indruk dat jarenlange wekelijkse artikelen over de natuur en de misstanden die je aankaart het gedrag van je lezers beïnvloeden? Gerrit: “Dat zie ik zeker gebeuren; meer mensen gaan het alledaagse zien, stellen vragen, reageren op mijn verhalen en dat is pure winst. Ik koester niet de illusie dat veel jongeren mijn rubriek zullen lezen. Toch ervaar ik de kloof tussen jeugd en natuur niet als zorgelijk. Als ouders hun kinderen aandacht voor de natuur hebben meegegeven, komt dat er vroeg of laat zeker uit.”

Nederland als randstad
De krant belt, wil iets weten over rivierkreeftjes. We sluiten het gesprek af met een toekomstvisie. Gerrit: “In de toekomst zal onze natuur het formaat van een postzegel krijgen; steeds kleinere stukjes meer geïsoleerde natuur met uitstervende populaties dieren, insecten, bloemen en planten zullen ons landschap sieren. Hoewel chemicaliën, insecticiden en groeimiddelen zullen afnemen, ontstaat er een andere natuur. Steeds kunstmatiger. We worden, zijn eigenlijk al de randstad van Europa. Leven zal er blijven, zij het in een nieuwe verschijningsvorm. Ongetwijfeld is die opnieuw boeiend.”

David Hancocks, architect, schrijver, adviseur van Artis, en voormalig dierentuindirecteur, wordt internationaal gezien als een van de grote kenners van dierentuinen, hun geschiedenis en toekomst en hun relatie tot natuurbehoud. Op 6 mei 2013 sprak David Hancocks ter ere van 175 jaar Natura Artis Magistra de jubileumrede “Natuur is de leermeesteres van ALLES” uit.
door José Vleeming

Naschrift redactie: de eerste serie foto's is van Liemers Gezicht, de overige foto's zijn van Gerrit Jansen

Thea Jeurissen 01

Thea Jeurissen


Plaatselijke roem geniet ze al door haar acteerprestaties bij toneelvereniging NOTV, wellicht is ze straks een echte BN’er; het tv-programma Bed & Breakfast van Omroep Max is op zoek naar deelnemers.

Lees meer...

Header Ooyismooi

Ooy = mooi, Ooy moet mooy blijven

‘Not in my backyard’ moeten de eigenaren van de grond aan de Leuffenseweg ongenummerd hebben gedacht toen ze opdracht gaven tot planontwikkeling voor een zonnepark. De een woont er zo ver vandaan dat zelfs vanuit het zolderraam geen glimp van de zonnepanelen is op te vangen.

Lees meer...

190426VanHeugten en Salemink

Wim van Heugten (l) en Theo Salemink 

Er is in de loop der jaren veel over de Liemers geschreven. Hoe interessant de artikelen ook waren, ze vormden geen samenhangend geheel. Precies 66 jaar na het ‘Gedenkboek De Liemers van Dr. J.H. van Heek’ is daar verandering in gekomen met ‘De Liemers, land van grenzen tussen Rijn en Oude IJssel’. Een kloeke uitgave van 336 pagina’s met 70% tekst en 30% beeldmateriaal. Met bijdragen van maar liefst 13 auteurs, deskundig op uiteenlopende gebieden. Het is een boek met een diepe inkijk in de Liemers, haar bewoners en haar geschiedenis. 

Lees meer...