Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Snippers
  • Een nieuwe editie zal verschijnen op vrijdag 31 juli.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

Header DSC5143 bewerkt

Rob de Wit

Noord-Hollander brengt kleur in de regio. Het zou maar zo de kop van een leuk verhaal kunnen zijn. En het is nog waar ook. Rob de Wit, afkomstig uit Berkhout bij Hoorn, is loonwerker en contractteler voor bloembollen en groenten. Met zijn zeven verschillende tulpensoorten in dito kleuren hebben in ieder geval Aerdt, Herwen, Zevenaar en Groessen velden vol kleurige bloemen. Niet heel lang meer, want de kop gaat eraf.

Klompen, molens en tulpen
In het rijtje Nederlandse highlights speelt de tulp naast molens en klompen een prominente rol. Het gevoel bekruipt je soms dat in ons land  de tulp is uitgevonden. Is het buiten kijf dat Nederland de tulp heeft groot gemaakt en een prominente en toonaangevende rol op de wereldmarkt speelt, de wieg van de uitbundige voorjaarsbloeier staat in Turkije. 

De tulpenteelt heeft een ongekende groei doorgemaakt de afgelopen eeuwen. Met de wel honderdvijftig verschillende soorten en duizenden hybride varianten is de keuze reuze. Inmiddels worden op veel verschillende plekken op de wereld tulpen geteeld. In bijna alle gevallen zijn er linksom of rechtsom Nederlanders bij betrokken. 

Met bijbollen
“Tulpen zijn een intensieve teelt” zegt Rob de Wit. “Het duurt bijna anderhalf jaar voor de tulpen op de vaas staan. In oktober – november worden ze geplant. Ze bloeien vervolgens in april/mei. Dat zijn echt tropenweken voor ons. Ze moeten gekopt, maar nog belangrijker, geselecteerd worden. Gebeurt het koppen machinaal, het opzuiveren van de partij is nog ouderwets handwerk. Elke rijtje lopen we door om tulpen met afwijkende kleuren of ongewenste vorm er uit te halen. Deze virustulpen, hoe mooi ook voldoen niet aan de norm. Het wonderlijke is dat juist de niet-kenner valt voor de virustulp. Dat was vroeger al zo. Kijk maar eens naar de bloemstillevens van zeventiende eeuwse schilders. 

Als de tulp mooi in bloei staat, gaat de kop er af, net onder de bloem. Bloei kost groei en daarom koppen we ze. Het gaat in mijn geval om de bol. Die moet mooi groot zijn met 3 bijbollen. Dan ben ik tevreden. Als de bloem eraf is, zijn ook de stamper en de meeldraden verdwenen en wil de plant maar één ding, voor nakomelingen zorgen. Zo ontstaan de bijbollen. 

Honderdduizenden bollen
Het plantmateriaal krijgt Rob van telers. Op contractbasis kweekt hij de bollen op. Van ‘zijn’ bollen blijft ongeveer 70% in Nederland, de rest gaat naar Duitsland, Amerika en verder de wereld over. Op een perceel staan al gauw duizenden bollen. Zo biedt het land op de Leuffenseweg in Zevenaar plek aan ongeveer 70.000 bollen. Los van de piekmomenten, planten, selecteren, koppen en rooien heeft de tulpenbol jaarlijks een nieuwe omgeving nodig. Maar één keer per zes jaar kunnen tulpen geplant worden. Dat betekent dat fors veel grond nodig is om aan die teeltwisseling te voldoen. Rob lost dat op door het ruilen van percelen en door grond te pachten.

Droge voeten
“De tulpen doen het hier goed. Ze houden van rijke grond en van een goede afwatering. Dat kan op de natuurlijke manier of via drainage. Op land dicht bij de dijk, bouw ik een buffer van zo’n 50 – 100 meter in. Mocht het hoog water worden, heb ik zo minder last van kwel. Bij teelt van tulpen speelt de afslibbaarheid van de grond wel een grote rol; er mag niet teveel leem inzitten, daar houden de bollen niet van. In deze regio hebben we rivierklei. Om te voorkomen dat de wortels vol met grond gaan zitten, planten we de bollen tussen twee netten. Daardoor kunnen we ook op relatief zware grond telen.”

Van west naar oost
Rob zit al meer dan 25 jaar in de bollen, is afkomstig uit Berkhout bij Hoorn en komt uit een familie van bollentelers. De liefde bracht hem hier. “Je kunt het meisje niet van het eiland halen, dus moest ik maar naar het eiland.” Inmiddels al weer 7 jaar woont hij hier met zijn Janneke, een geboren en getogen Pannerdense.

Was de bollenteelt vroeger voorbehouden aan het Westland, steeds vaker ontwaren we op andere plekken in Nederland kleurige velden lelies, tulpen en gladiolen. Als reden noemt Rob schaalvergroting en het belangrijkste argument risicospreiding. 

Insecticiden
Dan moet het er toch van komen. Een vraag over het spuiten. Bloembollenkwekers hebben de naam enthousiast de gifspuit te hanteren. Hoe sta jij daar in? “Bollen telen zonder enige vorm van bestrijding, in ons geval vaak schimmels, is niet mogelijk. Dat betekent niet dat we maar raak doen. Ook wij hebben een leefbare aarde voor onze kinderen en kindskinderen voor ogen. Bij bollentelers leeft heus de overtuiging dat minder beter is. Gelukkig is de hoeveelheid pesticiden de laatste jaren enorm verminderd. Het beleid is nu regelmatig te spuiten, maar met heel kleine concentraties. De werkzame stof is minimaal. Saillant detail is dat sommige werkzame stoffen ook in geneesmiddelen voor menselijk gebruik voorkomen. En biologische bestrijding dan? Ik krijg de vraag zo vaak. De teelt van tulpenbollen is een open teelt. Biologische bestrijders als roofmijten en sluipwespen gaan hun eigen gang, blijven echt niet op mijn land.”

Geen kattenpis
Rob: “Ik ben continu bezig om het spuiten zoveel mogelijk aan te passen. Het mes snijdt aan twee kanten. De hoeveelheid pesticiden verlagen is minder belastend voor het milieu en merkbaar in mijn portemonnee. Mijn uitgangspunt is de kritische grens, net genoeg, niet meer. Over drie weken komt de nieuwe spuitmachine. Een investering van een slordige 85.000,-- zonder trekker! Het mooie van deze spuit is de zorgvuldigheid waarmee ik kan spuiten. Via GPS wordt dat geregeld. Op jaarbasis betekent dat opnieuw een reductie van 10 – 15% spuitmiddel. Een andere manier om het spuitgedrag te beperken is via de informatie van de app-groep waar ik bij aangesloten ben. Op 15 verschillende locaties in Nederland staan plakvallen in het tulpenland. Die vallen geven aan hoe het gemiddeld gezien met de luis is gesteld. Wordt er niets gevonden, krijg ik een app dat spuiten niet nodig is. Al vier keer achter elkaar heeft de app geen noodzaak tot spuiten aangegeven. Dat is heel relevante informatie, waarmee we opnieuw een stap zetten. Het gaat niet met grote sprongen en de illusie dat 100% biologisch telen mogelijk is, kunnen we wel over boord gooien. Dat is niet haalbaar vanwege de vraag; met ons huidige consumptiepatroon is daar niet aan te voldoen. We hebben nu uitgebreid over het spuitgedrag van telers gehad. Waar ik voor zou willen pleiten is een verbod op de verkoop van pesticiden in tuincentra. De professional heeft de naam, maar het echt grote probleem ligt bij de amateur. Die heeft bij lange nauwelijks verstand van het goedje dat hij over zijn planten of tegels spuit. In mijn optiek is daar een wereld te winnen.” 

Biodiversiteit
Hoe kijk je naar het vergroten van de biodiversiteit langs jouw percelen? “Langs mijn land lopen nogal wat schouwpaden van het Waterschap en die vormen al een natuurlijke buffer door de grote variatie aan bloemen/planten. Ik zou er wel meer aan willen doen, maar ook dat moet betaald worden.”

Bloem op tafel
Het afsluitertje: hoe kijk je naar de toekomst? “Groeien, meer land, meer bollen. Dat geeft vanzelf meer kleur in de regio!” Misschien, heel misschien blijven er dan nog wat tulpen over voor zijn eigen woonkamer. Een klein bosje in de gang zijn de enige tulpen in en rond zijn huis. “Gekregen van een klant” zegt zijn vriendin.”
door José Vleeming

 

 


Deel