Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Snippers


  • De volgende editie verschijnt naar verwachting op vrijdag 24 april 2020.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

HeaderModernLandschap

Het Duivense/Zevenaarse Broek - modern agrarisch landschap

In de driehoek Zevenaar, Duiven, Angerlo ontvouwt zich een open landschap van weiden en akkers doorsneden met door populieren omzoomde wegen en rechte sloten. Erboven hoge, wijde luchten en in de verte een magnifiek uitzicht op de Veluwezoom. Dit zijn het Duivense en Zevenaarse Broek. In het zuidoosten van de Liemers treffen we een zelfde landschap in de vorm van het Azewijnse Broek maar dan met uitzicht op de stuwwal van het Montferland. 

Ooit slingerde de nog ongetemde Rijn zich in telkens wisselende beddingen door het Broek. Er ontstonden rivierduinen, oeverwallen en stroomruggen met daar tussen dikke kleipakketten. Hierop bleef het water gemakkelijk staan en er ontwikkelden zich moerassige broekbossen. Rond 1300 verkochten de toenmalige heersers, de graven van Gelre en Kleve, stukken van deze woeste gronden om ze te laten ontginnen. De kopers vestigden zich natuurlijk op de wat hogere gedeelten of ze wierpen kunstmatige heuvels, pollen, op om droge voeten te houden. Van daaruit werd het moeras stukje bij beetje ontwaterd, ontgonnen en ingepolderd.

Droge voeten
Maar het leven bleef er eeuwenlang ongewis. Als de dijken van de Rijn of Gelderse IJssel het begaven of de Spijkse overlaat overstroomde, dan liep het hele broek onder water. Op de pollen zelf hielden ze de voeten wel droog maar de gewassen op de lager gelegen landerijen hadden dan zwaar te lijden. Door het verhogen en verbeteren van de rivierdijken , het sluiten van de overlaten in 1959 en het reguleren van de IJssel in 1963 behoorden deze regelmatige overstromingen tot het verleden en kwam het gebied eindelijk echt tot bloei.

Vijf soorten
Maar vochtig bleef het en daarmee vormde het een ideaal terrein voor weidevogels als grutto’s, tureluurs, scholeksters, kieviten en wulpen. Ze leven vooral van allerlei wormen en larven die ze uit de bodem pikken. Elke soort heeft een eigen snavellengte en daardoor bestrijken ze ieder een eigen diepte. Zo beconcurreren ze elkaar niet. Samen ruimen ze heel wat voor gewassen schadelijke dieren op. Hun nesten maken ze op de grond en de jongen gaan na het uitkomen gelijk mee op stap. Zij leven in eerste instantie van allerlei vliegende insecten die te vinden zijn in de dan inmiddels volop bloeiende kruid- en graslagen. Tot ver in de jaren zeventig was de lucht in het broek vervuld van de geluiden van deze typisch Hollandse weidevogels.

Verkeerde stilte
Inmiddels is het stil geworden in de zomer. Een combinatie van factoren is hier debet aan; allereerst zijn grondbroeders gevoelig voor nestverstoring niet alleen door vossen en kraaien maar ook door landbouwmachines. Deze zijn bovendien in de loop der tijd alleen maar groter, sneller en zwaarder geworden. In Zevenaar is daarom een weidevogelgroep actief die boeren helpt nesten te ontzien door ze te markeren. Helaas zijn de slimme kraaien hiervan ook op de hoogte…..
Als de eieren dan toch uitgekomen zijn doemt het volgende probleem op:  moderne weilanden bestaan vooral uit (niet bloeiend) gras en op de akkers worden insecten, (on)kruiden en bloemen met gewasbeschermingsmiddelen bestreden. U begrijpt het probleem; er is geen voedsel voor de kuikens.

Van nat naar droog
Daarnaast, en dit zou de vroegere bewoners echt met stomheid slaan, is het gebied aan het verdrogen! Er wordt in hele de omgeving veel grondwater onttrokken voor industrie en huishoudens. Om het land begaanbaar te houden voor bewerking wordt ook oppervlaktewater snel afgevoerd. Hierdoor zijn de leefcondities in het gebied aanmerkelijk veranderd. 

Mooi initiatief
Om de weidevogels te behouden voor de regio is er sinds 2016 een nieuw subsidiebeleid. De provincie wijst vogelweidegebieden aan. De boeren die daar land hebben kunnen contracten afsluiten waarbij ze om subsidie te ontvangen bepaalde voorzieningen moeten inrichten voor weidevogels.
In de hoek Zevenaarseweg, Bahrsestraat, Landalse Straat en de Grote Veldstraat is een boer gestopt met zijn bedrijf. Hij heeft 31 ha land waarvan hij er 4 heeft ingericht als plas-dras weide. Als het te droog wordt, pompt hij water op met behulp van automatische pompjes die lopen op zonne-energie. Verder heeft hij  15 ha kruidenrijk grasland en is er 14 ha waarin hij uitgesteld maaien toepast. 
Deze condities zorgen ervoor dat alle vijf de weidevogelsoorten weer aanwezig zijn.
Het gebied is niet toegankelijk maar vanaf de Grote Veldstraat kun je met de verrekijker  het een en ander observeren.

Ganzen
Ondertussen zijn er ook dieren die juist wèl profiteren van dit weidse, grootschalig ingerichte agrarische landschap en dat zijn; de ganzen en knobbelzwanen.
Deze grote vogels houden van ruimte én van gras. Beide zijn volop te vinden in het Broek.
Sinds de jaren tachtig zijn er in de Liemers veel nieuwe, waterrijke natuurgebieden ontstaan met ruige oevers. Precies wat onze inheemse grauwe ganzen en knobbelzwanen nodig hebben om succesvol te broeden. Hun aantal is dan ook enorm gegroeid. Als de jongen eenmaal kunnen vliegen vormen de verschillende families groepen die fourageren op de open weilanden in het Broek. In de winter komen daar nog eens overweldigende aantallen kol- en brandganzen bij. Deze vogels krijgen in de zomer hun jongen in het hoge noorden. Om de kou daar te ontlopen trekken ze in het najaar in grote groepen naar ons land en houden dan wintervakantie op onze  grazige, voedselrijke weiden. Het massale heen en weer trekken tussen overnachtingswater en fourageergebied is in de winterschemering telkens weer een adembenemende gebeurtenis die u zeker eens moet gaan beleven.
door Carin Holtslag

Bronnen:
* J.W. van Petersen, De Waterplaag, 1978
* Gerrie Willemsen, Langs heg en steg naar de grote weg, 2000; 400 jaar wegen en paden in Zevenaar
* Weidevogelgroep Zevenaar