Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt naar verwachting eind september.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

HeaderTonBouma

Ton Bouma over de Bylandsewaard

“Mijn zes jaar jongere broertje was iets gewiekster dan ik. Bij het aardappels rooien stak hij ín de pol in plaats van eronder. Na een paar mislukte acties kon hij vertrekken. Was zijn hulp bij het onkruid wieden gewenst, had hij een ander trucje paraat.

Alles wat hem voor de voeten kwam, trok hij eruit. ‘Ik zie het verschil niet tussen onkruid en groente plantjes’ was steevast zijn reactie als vader hem met een ‘wegwezen jij, aan jou heb ik niets’ wegstuurde. Ik was meer het braafste jongetje van de klas. Deed mijn stinkende best om de aardappels heel te houden. Kreeg het onkruid een strenge aanpak, de groente plantjes behandelde ik bijkans met eerbied.” 

 Ton Bouma klein

Gebrandmerkt
Ton Bouma is plantmanager bij straatbaksteenfabrikant Vandersanden in Tolkamer. Een Belgisch familiebedrijf dat in januari 2017 de straatbaksteenfabriek Bylandt heeft overgenomen. “Het voelt als een warm bad. Ondernemers die verder kijken dat twee jaar zijn niet vanzelfsprekend. Deze eigenaren hebben een lange termijnvisie, een verademing.” Dagelijks werkt hij op zijn geboorteplek. 63 jaar geleden kwam hij in de inmiddels afgebroken boerderij achter op het fabrieksterrein ter wereld. Niets is meer hetzelfde op de grote nog altijd fier ogende linde na. Ton woonde er met zijn ouders en broertje, grootouders, oom en tante. “De plek van mijn jeugd is nu een prachtig natuurgebied. Toen was het weiland waar ’s zomers tegen een vergoeding koeien werden ingeschaard. Er liepen er heel wat, 350 dieren was niet ongewoon. Een brandmerk in de hoef zorgde ervoor dat het vee aan het einde van de weideperiode bij de juiste eigenaar terugkwam. Mijn opa en oom waren weiwaarders; zij verzorgden de dieren, plaatsten afrasteringen en braken die later weer af, (bij hoog water kunnen de weidepalen losraken en gaan drijven), maaiden het gras en beheerden de weilanden. De animo om runderen en paarden in te scharen is sterk afgenomen. Hier is het in 1980 gestopt.* Als het vee van het land was, werkte opa net als mijn vader (die werkte gedurende 50 jaar jaarrond als stoker) op de steenfabriek.” 

Dichter bij de bewoonde wereld
Het gezin Bouma, een klein Protestants gezin, verhuisde op Tons zestiende iets meer richting bewoonde wereld, van Byland 24 naar 4, het begin van de toegangsweg tot het fabrieksterrein; de grote boerderij werd opgesplitst. “Ik kijk terug op een fantastische jeugd met veel vrijheid. We leefden met de seizoenen en waren altijd buiten. In die tijd heeft bij mij de liefde voor de natuur postgevat en voel ik mij een natuurmens. Al bekruipt mij tegenwoordig soms het gevoel dat ik met mijn opvattingen wat losgezongen lijk van de hedendaagse mores. Een kalf een baby koe noemen, een big een baby varken, dat gaat mij wat ver. Aan een dier wordt welhaast meer waarde toegekend dan aan een mens. Achter de dijk gaan we ontzanden. Voor de veiligheid van de bewoners benedenstrooms. Een beverburcht zal moeten verhuizen. Let wel, verhuizen. Op een andere locatie krijgen die dieren volop gelegenheid zich opnieuw te settelen. De logica van het ‘gedoe’ dat vervolgens ontstaat over die ophanden zijnde verhuizing ontgaat me dan.” 

Rattenvergif
“Over natuurbeheer zijn wat mij betreft wel meer discussies te voeren. De steenmarter is beschermd. Als er ergens in een school, huis of waar dan ook een marter voor grote overlast en stank zorgt, zijn we met handen en voeten gebonden. Maar muizen en ratten ombrengen met strychnine, een goedje dat voor een gruwelijke dood zorgt, is wel toegestaan. Die tegenstrijdigheid vind ik onbegrijpelijk en onacceptabel. Net als de strakke inperkende voorwaarden van Natura 2000, (een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden) me tamelijk rigide voorkomen. De steenfabriek is eigenaar van de onder Natura 2000 vallende Bylandsewaard, maar aanpassingen zijn uit den boze.”

Onbestemde toekomst
In een paar decennia heeft dit 160 ha grote gebied een ware metamorfose ondergaan. Was het vroeger weiland waar koeien het gras kort hielden en torenvalkjes op muizen joegen, tegenwoordig is het een ruig terrein met hoog opgaand gras en door afgraving ontstane kleiputten. Dankzij de activiteiten en de pro actieve houding van de steenfabriek is hier nieuwe natuur ontstaan. Tegelijkertijd is wat ‘oude’ natuur verdwenen. Zo heeft het torenvalkje plaatsgemaakt voor de buizerd; het hoge gras geeft de muis goede schuilmogelijkheden en daar heeft de torenvalk moeite mee. Verder gedijen hier bevers, dassen, ijsvogeltjes, vleermuizen en is er een fantastische bloemen- en plantengroei ontstaan. 
We mogen nog steeds ontkleien met meer nieuwe natuur tot gevolg. Naar huidige schattingen is er voor zo’n 10 – 15 jaar klei, daarna is het economisch doel van dit gebied voorbij en zal het naar verwachting een nieuwe bestemming krijgen.” 

Breekboontjes uit de weck
Even terug naar vroeger. Als gezin woonden jullie behoorlijk geïsoleerd. Hoe was dat? “In zekere zin asociaal. Niet in de betekenis van onaangepast of onbeschaafd, wel in de zin van onmaatschappelijk. Het was  drie kilometer naar school over een onverharde weg vol gaten en kuilen. Dan fiets je na schooltijd niet even snel heen en weer voor een potje voetbal. Brood, zuivel en kruidenierswaren kregen we een paar maal per week aan huis gebracht. Verder waren we zelfvoorzienend. Schapen en konijnen voor de slacht en een grote moestuin voor de dagelijkse verse groenten én als leverancier van de wintervoorraad. De kelder stond bomvol weckflessen, kisten met aardappelen, appels, noten. Ik denk weleens met weemoed terug aan de breekboontjes. ’s Ochtends vers geplukt, gerangd, gebroken en dan in de pot. De rest werd geweckt, Heerlijk!” 

Bijtijds naar huis
“Al woonden we geïsoleerd, op de plek waar nu restaurant De Swaenebloem staat was vroeger De Punt, een café annex restaurant. Daar verkocht ik als vakantiebaantje ijs en friet aan het loket. Het verdiende niet slecht, in ieder geval beter dan appels plukken. Verder was er weinig te beleven in de directe omgeving. En dus trokken vriend Hans Joosten en ik naar omliggende dorpen voor kermis hier, schuttersfeest daar. Voor het serieuzere werk togen we naar Arnhem met ‘De Struis’ als ‘the place to be’. Doorzakken? Het woord kenden we amper, de laatste bus vertrok om 23.30 uur.” 

Geen globetrotter
“Vakantie was niet aan de orde. Het geld ervoor ontbrak. Misschien ligt daar de kiem voor mijn niet zo avontuurlijk leven. De vakanties brengen mijn vrouw Ellen en ik door in Friesland of Zeeland, veelal fietsend en altijd wel ergens met zicht op water. Dat geeft geeft mij rust. Sinds een jaar of tien bewonen wij een appartement in Tolkamer en kijken uit op het Bijlands Kanaal. Het huis op het bedrijfsterrein verlaten om elders te gaan wonen is een weloverwogen besluit geweest. Ik woonde aan het einde van de toegangsweg en zag alles. De neiging om op vrije dagen bij onverwachte gebeurtenissen toch even een kijkje te nemen lag voor de hand. Nu ben ik los van het bedrijf. Alles gaat gewoon door ook als ik er niet ben.” 

Einde van een tijdperk
“Over twee jaar zit mijn dan 47-jarige verbintenis met dit bedrijf erop. Ik ga niet op wereldreis en zal verder evenmin ‘los’ gaan. Als vrijwilliger zijn de mogelijkheden legio; de eerste verzoekjes zijn er al. Eerst een jaar ‘niksen’ lijkt me wel wat. Dan komt er vanzelf weer iets passends langs. Ik kijk niet naar mijn pensioendatum uit, zie dat moment evenmin met angst en beven tegemoet. Het is zoals het is. Ooit is het over”
door José Vleeming

*Bij De Geërfden van Velp wordt nog jaarlijks vee ingeschaard, zij het dat ook daar vraag en aanbod fors verminderd zijn.

Deel