Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt naar verwachting eind november/begin december
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

JeroenHelmer

De insteek is verwondering

Op de voorlopig laatste warme dag voor het wat killere weer zich meldde, troffen we elkaar in Loowaard. Beetje rondstruinen, sfeer proeven en kijken hoe het gebied zich heeft ontwikkeld. “Gelukkig, nog altijd geen hekjes, verbods- of gebodsborden, overal lopen waar je wilt, dat maakt de Loowaard zo boeiend.” En boeiend was onze wandeling.

Door de soortenrijkdom aan planten, bloemen, insecten en vogels. Door de Koniks met hun fijn gestileerde gezichten en glanzende vacht die uitstralen zich thuis te voelen. Niet in de laatste plaats door Jeroen Helmer zelf, een onderhoudend causeur, die enthousiasme en verwondering paart aan een grote dosis natuurkennis. Met als kers op de taart een demonstratie ‘hoe verschalk ik een prooi’ door de Grote Keizerlibel. Pal voor onze neus plukte het grootste lid van de glazenmakerfamilie, ca. 8 cm, met één snelle beweging een niets vermoedende Dagpauwoog uit de lucht. Het fladderen was voor de vorm. Zelfs voor de doorgewinterde Jeroen, “tientallen jaren al struin ik door natuurgebieden, dit heb ik niet eerder gezien” een verbluffende ervaring. 

Niets is nutteloos
Ecologisch natuurillustrator, zo noemt Jeroen Helmer zich. “Ik teken de natuur in haar wezen”. Als kind al tekende hij dieren. “Walt Disney’s jaguar was een van mijn favorieten.” Een tikkie beschroomd alsof zijn vroegere fascinatie voor deze animatie- en filmproducent hem nu wat wonderlijk voorkomt, legt hij uit waarom Walt Disney zo populair is geworden. “In elke film kun je iets van jezelf herkennen. Dat maakt het een goed product.”
In 1989 studeerde Jeroen af aan de kunstacademie van Den Bosch, begon als freelancer, maar trad al snel in vaste dienst bij ARK Natuurontwikkeling. Het beviel beide goed; hij werkt er nog altijd, nu als Projectleider van het project 'Poep moet leven!' Dat gaat over medicijnvrije poep van grote grazers in natuurgebieden.

Voor nop
Jeroen trekt de natuur in en tekent zo gedetailleerd mogelijk voor boeken, schoolplaten, posters en andere publicaties. Daarnaast zijn meer dan 100 zoekkaarten van zijn hand. Natuurgetrouwe illustraties in een landschappelijke setting die bij elke vorm van natuuronderwijs, maar net zo goed voor de liefhebber die erop uit trekt, een gidsrol kunnen vervullen. Een niet te missen detail, ze zijn gratis op de website van ARK te downloaden. Elke kaart/plaat is een wereld op zich, waarin Jeroen kans ziet verbindingen en dwarsverbanden zichtbaar en inzichtelijk te maken en zo het belang van elk wezen weet te duiden. Voert het hier te ver om dieper op zijn zoekkaarten in te gaan, één uitzondering veroorloven we ons met graagte: de ‘sleutelroltekening poep’. 

Poep, stront, kak of mest, what’s in a name
“Mijn laatst verschenen zoekkaart. Een jaar lang lag ik bijna voortdurend naast hopen poep om met verwondering te kijken wat er naast, op of in die schijnbaar oninteressante en soms nog ruikende hoop stront gebeurt. Ongelooflijk veel. Het laat goed zien hoe organismen met elkaar verbonden zijn en zelfs het kleinste diertje afhankelijk is van de poep van een veel groter dier.” Je praat over poep of stront, waarom noem je het geen mest? “Door de onverstandige dingen die boeren met mest hebben gedaan, heeft dat woord helaas een negatieve connotatie. Doodzonde is dat, want poep, mest is ongelooflijk belangrijk. Bodemdieren als kevertjes, torretjes, wormen, slakken, larven breken de poep af en zetten die om in humus. Wat overblijft is pure rijkdom en de basis voor plantengroei. Zonder poep geen plant.” 

Ontwormmiddel: gif
“Moet ik nog uitleggen hoe slecht de met ontwormmiddelen vervuilde poep van paarden en koeien voor de natuur is? Gelukkig zijn er tegenwoordig steeds meer natuurgebieden waar voor behandelde dieren* geen plek is. Aangezien de reguliere weilanden een eenzijdige vegetatie hebben, ontbreken de kruiden die op een natuurlijke manier aan de de weerstand van de dieren tegen parasieten bijdragen. Het ontbreken van die essentiële kruiden geeft de boeren geen andere mogelijkheid dan hun dieren met medicatie te ontwormen. In de door Free Nature beheerde terreinen zoals Loowaard is louter schone poep te vinden. Van het zelfde laken een pak in de Millingerwaard. Gedurende pakweg 25 jaar is daar een heuse poepfauna opgebouwd.” Wordt het belang van goede poep voor mens en dier steeds meer onderkend, denk aan het populaire boek van Midas Dekkers 'De kleine verlossing (of de lust van ontlasten)', Jeroens poepplaat mag zich ook in buitenlandse belangstelling verheugen. “Vanuit Engeland is er interesse voor mijn werk getoond.”

Kleine stapjes
Van schone poep naar groeiende betrokkenheid bij de natuur is niet zo’n stap. Of hij een toenemende bewustwording voor de natuur ziet, wil ik weten. “Jonge mensen zie je nauwelijks in natuurgebieden. Verder is die voorzichtig groeiende betrokkenheid eerder merkbaar bij stadse mensen dan bij agrarisch georiënteerde mensen. Boeren vechten zolang ze bestaan tegen de natuur. Is het niet tegen het water, dan zijn het insecten, zwijnen of in de nabije toekomst wellicht wolven die ze bestrijden.” Een voor de hand liggende stap zou wellicht een samenwerking tussen natuurorganisaties en boerenstand zijn. Zij aan zij het belang van natuur uitdragen en uitbouwen? Hij is er geen voorstander van. Waarom niet? “Kijk eens naar die akkerranden. Het ziet er fantastisch uit. Helaas, het is contraproductief voor insecten. Die worden gelokt door de bloemen en kruiden, leggen uiteindelijk door het gif op het belendende gewas het loodje. Ecologische vallen zijn het. Ik zie wel een oplossing. Gooi al het geld dat nu aan akkerranden wordt uitgegeven op één grote hoop en koop daar hectaren grote stukken land mee op. Op die manier kun je tegemoetkomen aan de substantiële behoefte van brede verbindingen tussen natuurgebieden. 

Terug naar vroeger is geen optie
“Kleurige en fleurige akkerranden appelleren aan een nostalgisch gevoel, aan de periode rond 1900 die door nogal wat natuurbeschermers als ideaal wordt gezien. Veel natuurbeschermingsorganisaties drijven grotendeels op nostalgie, het natuurgevoel komt op de tweede plek. Kijk eens goed om je heen wat er gebeurt: allerlei pogingen om de natuur zoveel mogelijk op de plek te houden, het doen van gigantische inspanningen om het verdwijnen van, neem de grutto, te voorkomen. Die houding komt voort uit onze verdedigende geschiedenis. Hebben we nooit geleerd om aan te vallen, in de toekomst zal dat toch echt nodig zijn. Het roer moet om en dat is voor de meesten van ons een nieuwe en onbekende houding. De maatschappij verandert voortdurend, de natuur verandert net zo hard. We moeten niet met kunst- en vliegwerk allerlei planten en dieren willen behouden. Als ze verdwijnen omdat hun biotoop verandert, is dat zo; er komt iets anders voor in de plaats.”

Russisch spreekwoord
Hij is er zich van bewust dat relatief weinig mensen met een rationele blik naar natuur kunnen kijken. “Dat is ook moeilijk. Als individu projecteer je je eigen persoonlijkheid op de natuur. Maar diezelfde natuur wil alleen maar haar eigen ding doen! Het aanpassingsvermogen van de natuur is gigantisch. Kijk naar de zeearend. Die was weg uit Nederland. Broedde het liefst op afgelegen gebieden. Is nu weer terug en nestelt zelfs dichtbij het drukst bevolkte stukje van ons land; aanpassing in optima forma.

Natuurorganisaties zouden zich meer op het grotere geheel moeten richten. Natuurlijke processen de ruimte geven in uitgestrekte, robuuste en dynamische natuurgebieden. Met als gevolg een grote landschappelijke diversiteit met planten, dieren en insecten die er zich thuis voelen. Moeten ze dan dealen met wijzigingen in hun leefgebied, misschien wel door klimaatveranderingen, dan zijn er tenminste uitwijkmogelijkheden.” 

We sluiten ons gesprek af met een oud Russisch spreekwoord: “‘Waar de wolf woont, groeit het bos’. Het duidt de ecologische functie van de wolf, die door het beheersbaar houden van de grote grazers voorkomt dat er kaalslag plaatsvindt in het bomen- en struikenbestand. Het draait om variatie en evenwicht in het landschap. Daar moeten we naar toe, er is nog veel werk te doen.”
door José Vleeming

  • In sommige natuurgebieden worden paarden en koeien ingeschaard. Zijn de dieren met ontwormmiddel behandeld, dat blijft de gifstof zo’n 6-12 weken in het lichaam aanwezig.
  • Informatie over ARK Natuurontwikkeling: ARK Natuurontwikkeling
  • Benieuwd naar de gratis zoekkaarten: kijk bij de web(geef)winkel op de website.
  • Free Nature: lees het artikel van Carin Holtslag: Lobberdense Waard

    Dagvlinders kleinBodemdieren klein
    Deel
    Poepplaat klein