Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt naar verwachting eind september.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

Header LeonMasselink

Leon Masselink

“Nederlandse wijn zuur en ontoegankelijk? Ooit misschien, maar de laatste jaren zeker niet meer. Sterker nog, Nederlandse wijnbouw is het stadium van hobbyisme inmiddels wel voorbij. Hoogste tijd om die vooroordelen voor eens en voor altijd over boord te zetten.”

Als wijnbouwer en wijndrinker “met mate, wijn is om te genieten en niet gedachteloos naar binnen te slobberen” zit Leon Masselink dicht bij het vuur. Toch is het geen chauvinistische inborst die hem deze uitspraak ontlokt. Vorig jaar nam hij met zijn ‘Wals rood Barrique’ deel aan de AWC Vienna (International Wine Challenge), de grootste officieel erkende wijncompetitie ter wereld. Hij sleepte zilver in de wacht. Een heus ‘dingetje’ als je bedenkt dat de wijnen blind gekeurd worden. De druif? Regent. 

Steeds droger
Hoe komt het dat Nederlandse wijn aan zo’n opmars bezig is? Leon: “Het vakmanschap van de wijnmaker, het streven van de wijnboer naar kwaliteitsproducten en het opschuiven van de wijnbouwgrens met enkele honderden kilometers maken dat onze Nederlandse wijnen niet meer onderdoen voor Franse of Duitse wijnen. Eeuwenlang lag de wijngrens onder de lijn Parijs - Elzas. Wijzigingen in het weerbeeld, laat ik nu niet direct het woord klimaatverandering in de mond nemen, hebben die grens richting noorden opgeschoven. Waar Nederland in de lift zit als het gaat om wijnbouw, lopen de traditionele wijnregio’s als Toscane, de Rhône, Bordeaux juist gevaar. Amerikaanse onderzoeken hebben aangetoond dat door de opwarming van de aarde en de afnemende neerslag in die gebieden het vochtgehalte in de grond daar terugloopt en de wijnteelt negatief beïnvloedt. Kleinere opbrengsten zullen het gevolg zijn. Diezelfde veranderingen pakken voor de noordelijker gelegen landen juist gunstig uit. Naast het verloop dat ik eerder heb aangestipt, is er de ontwikkeling van nieuwe schimmelresistente druivenrassen; minder ziekten betekent minder spuiten. Gunstig voor de Nederlandse wijnbouw, die inmiddels officieel in de wijnbouwzone ligt.”

Wijnkennis neemt toe
“Dan is er nog de rol van de klant. In het algemeen zijn we meer maar ook betere wijnen gaan drinken. Verruilen vaker half zoete wijn voor drogere varianten, waarin de smaak duidelijker aanwezig is. Die ‘kwaliteitsvraag’ daagt de wijnbouwer uit steeds betere wijnen te produceren. Al deze facetten samen hebben de wijnbouw in Nederland een enorme boost gegeven.” 

Wageningse Berg
Het was rond het jaar 2000 dat Leon Masselink zich voor wijnbouw begon te interesseren. De aanleiding was een mooi artikel in de Boerderij over ene Jan Oude Voshaar. Op de Wageningse berg runde hij een wijngaard van 2 ha. “Als ware hij een vlo, zo snel pikte ik zijn passie en enthousiasme op. In de zoektocht naar uitbreidingsmogelijkheden rond mijn toenmalig varkensbedrijf was me één ding duidelijk geworden. Ik wilde meer dan boer zijn, ondernemen maakte me echt blij. Daar waren niet perse dieren bij nodig, een machinebedrijf had ook gekund. Jan Oude Voshaar ging les geven; in no time lagen mijn uitbreidingsplannen in de prullenbak. Er volgt een initiatiefrijke en hectische periode in het Achterhoekse. Stichting Wijnbouw Achterhoek zag wel brood in de aanplant van druivenstokken. Er kwamen cursussen, interesse werd gewekt, subsidies lagen klaar, waar was het wachten op? Waar wel meer op stuk loopt, de neuzen. Ook hier wezen ze niet dezelfde kant op. Gemakshalve sla ik die periode van ‘gedoe’ over om aan te landen in 2004. In dat jaar smeedden mijn zwager Willem en ik plannen om met wijnbouw van start te gaan. Druivenstokken werden aangeplant op een plek die zich er goed voor leent, rondom mijn ouderlijk huis. Van oudsher bevat de bodem hier veel ijzer (niet voor niets is Ulft bekend geworden door de ijzerindustrie). IJzer, oer, geeft de druif haar minerale smaak. De ijzerrijke bodem weerklinkt ook in de naam van het 2,5 ha grote wijngoed: ‘Oerlegoed’. Het andere 1,5 ha grote perceel ligt tegen de heuvel bij de molen in Stokkum en gaat als ‘Wijngaard Kasteel Huis Bergh’ door het leven. Die twee percelen samen vormen ‘Wijngoed Montferland’.”  

Geen studiebol
Even terug naar de varkens. Waar kwam die passie vandaan? “Van mijn ouders heb ik de boerderij overgenomen. Passie? Op echt boerenbloed heb ik mijzelf nooit kunnen betrappen. Het liep gewoon zo. Na de MAVO kwam de MEAO, niet afgemaakt. Werken en geld verdienen was het plan. De baantjes lagen, eind jaren zeventig, niet voor het oprapen en van lieverlee hielp ik mijn vader op zijn gemengd bedrijf (akkerbouw, varkens, koeien en kippen) steeds vaker. Voor de vruchtwisseling verbouwde hij aardappels, suikerbieten en mais. In de jaren zeventig nam de specialisatie in de landbouw stelselmatig toe. Er was zeker bij de grotere melkveebedrijven een enorme grondhonger; bij fokvarkensbedrijven speelde dat minder. Door mijn komst in het bedrijf kreeg de varkenshouderijtak een grootschaliger karakter. Naast fokvarkens gingen we zelf afmesten, zo’n 2000 varkens per jaar.”

Wijze pa
“Het tij zat erg mee. Vanuit de bancaire hoek, in ons geval de Rabobank, de landbouwvoorlichting en de overheid kwam er geringe druk om uit te breiden. Geld lenen was gemakkelijk, de overheid deed niet zo moeilijk over regelgeving en ook de boerenorganisaties hielpen maar wat graag bij het maken van plannen voor verdubbeling van de veestapel. Inmiddels zijn we in de jaren negentig aangeland. Mijn vrouw Magda trok bij mij in, mijn vader verhuisde naar het dorp. Het kostte hem niet zoveel moeite de boerderij te verlaten, hij durfde ruimte te geven en zat ons niet op de huid. Feeling met het bedrijf hield hij zeker, maar de behoefte om zich met elke beslissing van ons te bemoeien ontbrak ten enenmale. Naast de liefde voor de boerderij waren er andere takken van sport die hem interesseerden. Hij werd politiek actief, later raadslid, kocht een caravan en ging af en toe reizen. Zijn politieke aspiraties en vakanties verruimden zijn blikveld.” 

Emigreren, investeren of het roer om
Aan het einde van de jaren negentig hadden we 250 fokzeugen en 2500 vleesvarkens. Opnieuw kwam er uit verschillende hoeken en gaten het advies op te schalen, een verdubbeling van de veestapel leek zelfs wenselijk. Dat betekende investeren op allerlei gebied. Financieel, maar ook infrastructureel. In die zelfde tijd merkte ik bij buren, waar we altijd een goed contact mee hadden, een wat verminderde toegankelijkheid. Ze waren niet tegen ons, ze waren tegen intensieve veeteelt. De boeren kregen door de MKZ-crisis en het mestoverschot een imagoprobleem. De stap tot opschalen was nog niet gezet, het plan sudderde in de oriënterende fase. Emigratie naar Oost-Duitsland kwam voorbij, alles achterlaten en opnieuw beginnen. Tegelijkertijd werd duidelijk waar ik afstand van moest doen, familie, vrienden…. Dan wordt het 2000 en dient Jan Oude Voshaar zich aan. Het moment bleek rijp om het roer volledig om te gooien en wijnbouwer te worden. Als ik kijk waar we nu staan, Magda en ik, is dit zakelijk gezien de beste keus ooit. Eén opmerking hoort daar nog bij. De onbetaalbare adviezen van Stan Beurskens, wijnmaker van het eerste uur, en sommelier Edwin Raben hebben ons dit niveau doen bereiken. Met hoeveel romantiek wijnmaken ook omgeven is, zonder gedegen kennis van zaken kun je het wel vergeten.”
door José Vleeming

*Dit portret gaat over Leon Masselink en zijn ontwikkeling van varkensboer tot wijnmaker. Meer over druiven, cuveren, snoeien en meten in ‘Van Druif naar Wijn op 26 oktober in Liemers Gezicht. 

Info: Wijngoed Montferland

 

Deel