Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Snippers


  • De volgende editie verschijnt naar verwachting op vrijdag 24 april 2020.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

100423 002Bew

Kettingspol

Kettingspol is dat ook de Liemerse benaming voor de paardenbloem? Mijn dialect is “besmet” met woorden uit de taal van mijn vader dus het zou ook zo maar een Achterhoekse benaming kunnen zijn.

In de lente kunnen hele weilanden geel zien van de paardenbloemen. De kleur spat je als het ware tegemoet. Het schreeuwt: “Hoera! Het is voorjaar!”

De bloemen staan op slanke holle stelen en lokken talloze insecten die er nectar en stuifmeel vandaan halen.
De meest uitzinnige verzamelaar is wel de kleine roetbij. Die wentelt zichzelf helemaal rond in de bloem tot er stuifmeel over het hele lichaam zit. Dan vliegt de bij naar een volgende bloem. Weer rondrollen. Zij neemt nog meer stuifmeel op maar laat ook wat van een vorige achter. Zo raakt de bezochte bloem bevrucht. Als “beloning” voor geleverde diensten neemt de bij de rest van het stuifmeel mee naar het nest: Voedsel  voor de kolonie en de larven. 

Als de bloem is uitgebloeid verschijnen  de zaden. Die kent u natuurlijk allemaal. Die ragfijne parachuutjes die je in één keer van de steel moet blazen want alleen dan word je honderd. Zodra de wind er vat op krijgt zweven ze weg. Een prachtig gezicht vooral tegen een mooie blauwe voorjaarslucht.

Maar zover is het nu nog niet. Het is winter. De planten drukken hun bladrozetten zo dicht mogelijk tegen de aarde. Maar zo gauw de grond ook maar een beetje opwarmt beginnen de nieuwe blaadjes te groeien. Vroeger vormden deze de eerste verse groenten na de winter. Onze inheemse rucola, zeg maar, want daar smaken ze een beetje naar.
Soms werden de planten bedekt met een dichte pot. Ze ontwikkelen dan geelwitte blaadjes als bij witlof en dat heet dan molsla. Tegenwoordig eet je dat alleen in exclusieve restaurants.

Als het voorjaar nog verder vordert, rijst er een holle stengel op uit de bladrozet en daarop zit de nectarrijke bloem. Van die bloemhoofdjes kun je heerlijke gelei koken. Maar dat was natuurlijk niet de bedoeling van de plant. Die wil niet in een pan, die wil nageslacht!In de wand van de stelen zit de paardenbloemmelk. Als het opdroogt heeft het een iets rubberachtige structuur. In de voormalige Sovjetunie is de plant dan ook een tijdje verbouwd om inlandse rubber te produceren.  

Gaan we even terug naar zo’n zwevend zaadje. Als dat op een goede plek is terechtgekomen, groeit daar een nieuwe paardenbloem. Die ontwikkelt een diepe penwortel die tot ver in de bodem reikt. Hiermee haalt de plant de mineralen en de kalk uit de diepere lagen naar boven. Zo komen deze beschikbaar voor het leven aan de oppervlakte. Vol automatische bemesting door de natuur verzorgd.  Mooi hè?Ook na zijn dood is de paardenbloem van nut:
De afgestorven wortels laten lege gangen na. Die leegstand duurt niet lang. De regenwormsoort pendelaar gebruikt deze als weg, net als de wortels van bepaalde grassoorten die zo makkelijk de diepte in kunnen bewegen. Tot slot komt ook oppervlaktewater op deze manier snel een paar etages lager waardoor de bodem ook in de diepere lagen bevochtigd wordt.

Wie had dat toch allemaal gedacht als hij die doodgewone paardenbloem in het veld ziet staan?

Ik niet.
door Carin Holtslag