Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt naar verwachting in januari 2021
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

Tekentaal

Fryslân

Mijn lief en ik doen een potje Scrabble in de trein. Tijd genoeg, voorlopig zitten we er nog wel even in. Ik maak stroperige woorden, zij legt het ene blije woord na het andere.
We hebben duidelijk een andere week achter de rug.

Lees meer...

Witte fietsen

Ik pak mijn mountainbike uit de schuur voor mijn rondje Aerdt. Even de kop in de wind. Een uurtje later loop ik fier rechtop door mijn straat. Het is vandaag Hemelvaartsdag. Ik heb onderweg geen fietser gezien. 

Waar is het dauwtrappen gebleven? In mijn jeugd kon je zelfs dauwzwemmen als je geen zin had om te fietsen. Nu lees ik op de site van het Arnhemse Filmhuis dat ik vandaag heel vroeg naar de film zou hebben gekund. Dauwkijken? De hele zaal op een hometrainer? Ik hoor Henny Vrienten zingen dat de wereld veranderd is. Toen dus ook al. Zijn verwondering is van alle tijden.

Ik droom weg. Die keer met zijn vieren, keihard van de Elterberg en dat we daarna in de Bijland gingen zwemmen. Of toen, dat ik pas in het donker weer thuiskwam, bijna 150 kilometer aangetikt. Verreweg het mooiste jaar was dat jaar met Niels. Samen op de racefiets, over de smalle paden van Park De Hoge Veluwe, foeterend op de zondagsrijders op hun witte fietsen. 

Pinksteren. Mijn lief vraagt of ik meega naar De Hoge Veluwe. De bus, fietsje pakken en dan naar Kröller Müller. In Schaarsbergen aangekomen, is er geen witte fiets meer te bekennen. Ruim dertig jaar na het racen had ik zelf graag zondagsrijder willen zijn. We doen de zwijnenroute, op blote voeten. Hebben al gauw geen fiets meer nodig.

De tocht eindigt weer in Schaarsbergen. Er staat nu een karrenvracht aan fietsen. Door ons intense vertragen, zullen we in de pedalen moeten om nog even door de beeldentuin te mogen rennen. Het racen voelt precies zoals toen. Onderweg zien we twee stellen vier witte fietsen aaneenrijgen met een van thuis meegebracht kettingslot. Je moet er maar opkomen. Is 'De Hoge Veluwe voor dummies' al geschreven? 

Terug uit het museum zijn onze fietsen natuurlijk gestolen, als je dat zo mag noemen. Een kleine man maakt zich breed op het gazon, staat wijdbeens, de armen over elkaar. In zijn schaduw twee witte fietsen. Loert om zich heen alsof zijn leven ervan af hangt.

We lopen naar het restaurant een stuk verderop. Een overvol terras met op het plein her en der nog een paar witte fietsen. 

'Dat wordt vechten zo', grap ik naar mijn lief.
door René Turk

Kerkje in Lilongwe


Even de straat op om foto's te schieten van bomen met paarse bloesem. Het was er nog niet van gekomen. Er klinkt gezang. Ik zie een kruis op een oud gebouwtje. Realiseer me dat het zondag is. Na een week Malawi haal je dagen door elkaar. Een man voor de kerk lacht een grootse lach. Een vrouw in de deuropening wenkt dat ik naar binnen mag. 

Ik leun tegen een muurtje. Een slanke vrouw met lang zwart haar paradeert in haar blauwe jurk op naaldhakken door de kerk. Met vrolijk enthousiasme smijt ze haar 'Hallelujah' vele malen tegen de kleine tralietjes van haar microfoon. Twee kleurrijke zangeressen zingen de echo. Op de bühne een man en zijn keyboard en het is even zoeken naar de drummer achter een reusachtig drumstel. Aan de zijkant zit een gospelkoor.  

Een man in pak komt op me af: 'You are most welcome. Have a seat'.  
Twee tellen later herhaalt een tweede man zijn woorden.  
Ik zie dat er twee rijen kerkbanken staan, rechts vrouwen en kinderen, links mannen. Langzaam loop ik naar een lege plek, links voorin. Ik krijg meteen pen en papier in mijn hand gedrukt. Vijf vragen in een schrift: Naam en woonplaats, verblijf, reden van mijn reis, waarom ik de kerk bezoek en mijn geloof. De man in pak zegt dat ik 'most welcome' ben. 

De predikant houdt een ceremonie voor de jonge moeders met hun pasgeborenen. De man in pak vertaalt het Engels naar Chichewa. Het koor zingt. De zangeres brult door de microfoon. Twee baptisten dansen of hun leven er vanaf hangt. 

Plots loopt de helft van de aanwezigen naar buiten. Het pak legt me uit dat er buiten een doop is. Ik mag gaan kijken. 

Ze komen zingend weer binnen. 

Een man van 104 wordt naar voren geroepen. Hij schuifelt een paar pasjes. De collecte gaat naar zijn nieuwe huis. De zangeres zet een nieuw nummer in. 

Een vrouw gaat voorzichtig met een grote kelk langs de banken. Het zijn halve koekjes. Iedereen houdt ze in de hand. Mijn knuist begint te zweten. 

Als iedereen heeft, begint de predikant te prevelen. Plots zit iedereen met het hoofd tussen de knieën. Ik kijk om me heen. Als iedereen omhoog komt, ziet de predikant mijn onderzoekende blik. Hij knikt. Het mocht al. 

Er gaat een wit lakentje van een stellage. Er verschijnt een kunstwerk van plastic bekertjes met wijn. De vrouw gaat weer tussen de banken. Ik zet het bekertje op de kerkbank. Meteen word ik in de rug geprikt. Dit is niet de bedoeling. 

We drinken gezamenlijk. Het is vruchtensap. 

Na wederom een spetterend spektakel op het podium begint de voorganger zijn preek. Het duurt. En duurt. Om me heen vallen vier mannen in slaap. Ik vraag de man van het schrift hoe lang het nog duurt. Vanwege de doop wordt het ongeveer half één. Ik ben zeker al twee uur binnen. 

Plots hoor ik de predikant mzungu zeggen, oftewel blanke. Het gaat over mij. Een jonge baptist grijpt de microfoon en struikelt naar de refter. Het pak zegt dat ik mag gaan staan. 

De rooms-katholiek uit Holland met een onduidelijke naam is hier om ons te helpen, is zo ongeveer de vertaling. 

Aan het eind van de dienst zegt het schrift dat ik naar voren mag komen. Ik sta tussen de band, de predikant en het pak. Het pak vraagt of ik de zangeres zie.

'My wife'.

Ik complimenteer hem met zijn keuze. Hij lacht groots. 

Twee mannen komen mij de hand schudden. 

En plots de hele kerk. 

Als het gebouw bijna leeg is, zegt het pak dat ik mag gaan dansen. Hij doet me na. Ik doe hem na. De predikant begint met zijn iPad te filmen. 

Hij vraagt me of ik op Facebook zit. 

Een baptist maakt foto's van de eerste mzungu ooit in deze kerk.

Ik ga op jacht naar paarse bomen. 
door René Turk

Op gesprek

Met mijn rechterarm in een mitella fiets ik richting het bedrijf waar ik een sollicitatiegesprek heb. Afspraak is afspraak. Een man, een man, een woord, een woord. Het leven komt nu eenmaal tussendoor.

In de buurt van het nieuwe industrieterrein zijn ze overal met de wegen bezig. Ik pak mijn telefoon en raadpleeg de routeplanner. In de verte de wegwijzers voor het snelle verkeer. Het bedrijf doemt op, het kan niet ver meer zijn. 

Ik vind geen enkele manier om op het bedrijventerrein te komen. Fiets heen en weer. Het wordt later en later. De telefoon geeft aan dat ik te laat ga komen. Volgens de autoroute tenminste. Met mijn fiets steek ik vast nog ergens tussendoor. 

Verder en verder raak ik verwijderd. Ik fiets een boerderij voorbij. Er komt geen enkele afslag. Ik keer weer om. Ben inmiddels te laat.

Ten einde raad besluit ik over een grasheuvel het terrein te enteren. Mijn nette schoenen zakken weg in de modder. Ik gooi mijn fiets naar beneden omdat ik anders zal vallen met die ene arm. Het is steil naar beneden. 

Met een bezweet voorhoofd, arm in de mitella en modderpoten meld ik me uiteindelijk een kwartier te laat bij de receptie. Ik vraag naar het toilet om mezelf nog een beetje te fatsoeneren.

Ik geef een uiterst vriendelijke man met links een hand. Probeer het ijs te breken:

'Jullie vragen meestal als eerste of ik het een beetje heb kunnen vinden'.

Als de man koffie voor me haalt, voel ik dat mijn rug zeiknat is. Ik dep mijn voorhoofd. Schrik van mijn schoenen.

De man begint ontspannen te praten. Er komt een tweede man bij. Vele onderwerpen passeren de revue. Het wordt later en later. Als ze vragen wat voor een type ik ben, grap ik dat ik in ieder geval doorzettingsvermogen heb. 

Na bijna twee uur krijg ik de vraag per wanneer ik beschikbaar ben. Ik beweeg mijn mitella iets omhoog. We lachen met zijn drieën.
door René Turk