Verwacht

  • Gezicht van...
  • Rafelroutes
  • Denksels
  • Tekentaal
  • Snippers
  • De volgende editie van Liemers Gezicht verschijnt naar verwachting eind oktober.
  • Voor eerdere publicaties klik op de rubrieknaam en scroll naar beneden. 

 

   

 

 

Tekentaal

Een kerstverhaal

Ik kende mijn lief nog maar net. En hoe dat dan gaat, je hebt allebei de Kerst al volgepland. Kerstavond was voor ons. Op Eerste Kerstdag huppelen we als twee verliefde pubers door de straten. Ze haalt twee oliebollen bij het kraampje naast het station. Bij iedere hap voel ik dat dit moment in mijn geheugen gebeiteld wordt. Ze fietst weg. Ik kijk haar na. Ze zwaait.

Ik stap op de trein. Bij Westervoort zwaaien de deuren open. Een man met twee honden komt de trein in. Hij laat de kleine op een klapstoel zitten. De grote mag net iets te lang snuffelen voor hij een ruk aan de lange riem geeft. Mensen lopen met een bocht om hem heen.

'Vrolijk Kerstfeest allemaal. Wat een chagrijnige koppen. Het is Kerst'. 

Ik geef de man een hand. Met zijn lange haren, dikke jas en ongeschoren gelaat, is hij een markante verschijning tussen het keurig nette kerstpubliek. 

Hij richt zich tot de mannelijke helft van een jong stel:

'Ga je voor het eerst naar je schoonouders?'

De jongen lacht zonder dat je zijn tanden ziet. Een ander stel is ineens druk in gesprek met elkaar. Een man strak in het pak staart naar zijn bloemen.

'Ik rij zwart. Op zulke dagen werkt er toch niemand'. 

Hij ziet mijn vragende blik.

'Serieus. Vaker gedaan'.

Hij moet er ook in Zevenaar uit. Met nog eens een welgemeend 'Vrolijk Kerstfeest' verlaten we samen de trein. De grote hond rent er vandoor. Een hoop geblaf en harde stemmen klinken vooraan. De machinist hangt tot zijn buik uit het raampje. Wij lopen ontspannen achteraan, druk in gesprek.

Bij de spoorwegovergang pakt hij zijn hond bij de riem alsof er niets gebeurd is. 

'Wat doe je?' vraagt hij.

Niet zo'n trek om de baan van dit moment uit te leggen, zeg ik dat ik schrijver ben.

'Ik lees heel veel' zegt hij.

En begint schrijvers op te noemen. 

'Wil je een boek van me? Ik heb nog een hele doos staan'.

Tien minuten met de fiets vindt hij teveel gedoe met de honden. Ik beloof hem er eentje op de post te doen.

'Ik woon in een stacaravan op een kleine camping'. 

Op tweede Kerstdag kom ik er nota bene langs als ik kerst wil gaan vieren in Kleve. Langzaam laat ik mijn bundel in zijn brievenbus zakken. Hoop ik stilletjes dat hij naar buiten komt.

René Turk: tekst, Erwin Hogeboom: cartoon

Kerstverhaal klein

Ze hebben de bomen gekapt

Nietsvermoedend loop ik door het park, mijn park, zoals zo vaak, al duizenden rondjes, van een kilometer, dertig jaar geleden met de kilometerteller op de racefiets van Niels samen opgemeten, het park waar we trainden voor atletiek, waar ik fit was of juist buiten adem, waar ik later sportte met gym toen ik op het aangrenzende Liemers College zat, waar ik na mijn atletiekcarrière zelf vaak ging hardlopen, het park waar we de hond uitlieten, waar ik schaatste toen het nog vroor, waar we dieren voerden in de kinderboerderij, waar ik zwerfvuil opraapte tijdens schoonmaakacties en daarbuiten, waar ik verliefd was, worstelde met de liefde, met vrienden sprak over alle facetten van het leven, een gebroken hart had, mijn hoofd leegmaakte, ideeën kreeg om verhalen rond te kunnen maken, problemen oploste, voor mezelf of voor een ander, de lucht kon klaren, waar ik huilde van pure wanhoop, ongelooflijke vreugde, of gewoon omdat het kon, waar ik lachte, schaterde of boos was, zo boos dat ik schreeuwde en het me niet kon schelen dat iemand me hoorde, waar ik in mijn hoofd brieven bij elkaar schreef om mensen te schrijven die me tot op het bot gekwetst hadden, waar ik straalde, schitterde, haast licht gaf, het park waar ik langzaam liep, met pijnlijke voeten na een Kennedymars van de dag ervoor, me verwonderde om sneeuwklokjes en krokussen, waar ik minutenlang naar spelende honden kon kijken, prachtige ontmoetingen had, op mijn hoede was voor ongure types, waar ik moed verzamelde om stappen te zetten, het park waarin alle seizoenen altijd even prachtig waren, waar ik zo vrij als een vogel was of met mijn ziel onder de arm liep, dat park, mijn park, mijn Rosorum, nou dat park, daar hebben ze dus, zonder dat ik het in de gaten had, aan de Arnhemseweg, zomaar ineens, gewoon echt, alle bomen gekapt.
Tekst: René Turk, Cartoon: Erwin Hogeboom

Cartoon Klein

Poedelnaakt Klein

Meesteres Klein

 

'Ja, Meesteres'

Was het dat hij op school werd geslagen?

Of dat zijn moeder vaak naar hem snauwde?

Dat hij altijd op problemen kauwde?

Hij is gestopt mensen aan te klagen

Eens per maand loopt hij als een hond aan de lijn

Smacht hij naar een zweepje, want pijn is fijn